Werken als en met zzp’ers: de stand van zaken
Dag Vbar, hallo Zelfstandigenwet!
De nieuwe regering heeft het wetsvoorstel Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar) ingetrokken. Er blijft 1 onderdeel van over, het zogenaamde rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Dat moet alsnog wettelijk worden vastgelegd. Daarnaast wil minister Aartsen van Werk en participatie de Zelfstandigenwet verder uitwerken. Die wet moet zzp'ers en opdrachtgevers duidelijkheid geven.
Rechtsvermoeden bij een laag tarief
Het rechtsvermoeden regelt dat een opdrachtnemer, die werkt met een uurtarief van ten hoogste 38 euro een beroep kan doen op een gewone arbeidsovereenkomst. De opdrachtgever kan dit weigeren, maar moet daarvoor zelf de bewijslast aandragen. Het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst zal voor de mondzorg minder van belang zijn, aangezien de honorering van tandarts(-specialist)en en mondhygiënisten werkzaam als zelfstandige doorgaans hoger ligt dan deze 38 euro per uur. Het rechtsvermoeden gaat waarschijnlijk van kracht worden op 1 januari 2027.
Zelfstandigenwet: Zelfstandigentoets en werkrelatietoets
Naast het rechtsvermoeden werkt minister Aartsen aan de Zelfstandigenwet.
De Zelfstandigenwet gaat meer uit van de zelfstandigheid van de werkende en het beoordelen van de mogelijkheden om in de organisatie van een professionele werkverschaffer de werkzaamheden zonder gezag en toezicht te kunnen verrichten.
Daartoe kent de Zelfstandigenwet 2 toetsen: de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets, waarbij de praktische uitwerking van deze toetsen nog moet volgen. Met een ‘zelfstandigentoets’ wordt beoordeeld of een zzp’er zich in het economisch verkeer opstelt als ondernemer. Daarna volgt een beoordeling van de werkrelatie met een specifieke opdrachtgever, de zogenoemde ‘werkrelatietoets’.
Wanneer aan beide toetsen uit de Zelfstandigenwet is voldaan moet dit resulteren in een uitzondering op het arbeidsrecht en kan er als zzp’er worden gewerkt. De nadere uitwerking van de wet en het wetgevingsproces vergt tijd. Minister Aartsen hoop de Zelfstandigenwet op 1 januari 2028 in te laten gaan.
Handhaving: zorg voor onderbouwing
Handhaving op schijnzelfstandigheid blijft daardoor voorlopig aan de orde. Er is momenteel sprake van een halfzachte landing, in die zin dat de Belastingdienst start met een bezoek aan een onderneming voordat sprake kan zijn van een controle. En als gevolg van de recente Uber-uitspraak dient de Belastingdienst per contract daarbij de aard van de arbeidsrelatie te toetsen en daarbij ook te wegen in hoeverre er sprake is van ondernemerschap van de zelfstandige professional.
In het kader hiervan moeten opdrachtgever en opdrachtnemer kunnen onderbouwen dat:
- zij hebben beoordeeld dat het werk buiten dienstbetrekking kan worden uitgevoerd,
- dat zij hun afspraken in overeenstemming met de passende modelovereenkomsten van opdracht hebben vastgelegd,
- dat zij de juiste wijze van uitvoering van de afspraken in die overeenkomst toetsen en vastleggen.
Werk je als zzp'er of met zzp'ers? Zorg dan dat je bovenstaande checks daadwerkelijk uitvoert en vastlegt, bijvoorbeeld aan de hand van deze handreikingen:
- Handreiking voor zzp'ers: kan ik deze klus als zelfstandige uitvoeren?
- Handreiking voor praktijkhouders: kan ik deze opdracht aan een zzp'er uitbesteden?
Want hoe beter je je keuzes en werkwijze kunt onderbouwen, des te meer moeite kost het de Belastingdienst om aannemelijk te maken dat er in dienstbetrekking wordt gewerkt. Het is belangrijk om de onderbouwing in een dossier vast te leggen, iets dat er in de praktijk vaak niet van komt. Een interessante tool die daarbij kan helpen biedt de website Zzp Ja/Nee.
Lees meer over de handhaving in 2026
Welke alternatieven zijn er?
Het afgelopen jaar is ons duidelijk geworden dat de voorkeur van zelfstandige professionals in de mondzorg en hun opdrachtgevers is om buiten dienstbetrekking samen te blijven werken. Maar, er zijn ook alternatieve mogelijkheden voor het zzp-schap: