Zelfstandigenwet: hoe pakt die uit voor de mondzorg?
Kern van de wet vormen 2 toetsen, de zelfstandigentoets en de werkrelatietoets. Voldoe je aan beide toetsen, dan heb je vooraf zekerheid dat je je in een ‘veilige haven’ bevindt en kunt samenwerken op zzp-basis.
Voldoe je niet aan de criteria, dan kun je nog een beroep doen op het huidige toetsingskader met onder andere de bekende Deliveroo-criteria.
Overigens geldt dat ook al heb je zekerheid vooraf, je gedurende de opdracht zult moeten blijven voldoen aan de criteria uit beide toetsen om in de veilige haven te blijven.
De zelfstandigentoets
De criteria voor de zelfstandigentoets zien toe op de persoon, het ondernemerschap en daarmee de zelfstandigheid van de zzp’er. Meest in het oog springend is de eis om in een periode tot en met het vorige kalenderjaar minimaal 3 opdrachtgevers te hebben gehad.
Het moment van beoordelen kan hierdoor verschillen, nu niet wordt gekeken naar een vaste periode van bijvoorbeeld 2 jaren voorafgaand aan de controle. Wat de maximale duur van een opdracht mag zijn, wordt niet genoemd.
Wel geldt dat andere opdrachten naast bijvoorbeeld een grotere opdracht van enige substantie moeten zijn. Toelichting hierop ontbreekt vooralsnog. Werk je voor een opdrachtgever die meerdere praktijken heeft en werk je ook in die diverse praktijken, dan dient elke praktijk een juridische zelfstandige eenheid te zijn waarmee onder meer wordt gecontracteerd.
Het tweede criterium uit de zelfstandigentoets is het treffen van voorzieningen tegen bepaalde risico’s, zoals arbeidsongeschiktheid, aansprakelijkheid en pensioen. Dit wordt een jaarlijks verplicht bedrag, waarvan de hoogte nog moet worden bepaald. De zzp’er is wel vrij om zelf te bepalen hoe hij de voorzieningen regelt en verdeelt.
Ten slotte dient de zelfstandige aan een aantal basisvoorwaarden te voldoen, zoals een KvK-inschrijving, een zakelijke bankrekening, eigen facturatie (of via factoring) waarbij ook een betalingstermijn geldt.
Zelfstandigentoets in het kort
- de zzp’er heeft in de periode tot en met het vorige kalenderjaar minimaal 3 opdrachtgevers (gehad)
- de zzp’er besteedt een minimumbedrag aan voorzieningen die risico’s zoals arbeidsongeschiktheid en pensioen afdekken
- de zzp’er voldoet aan een aantal basisvoorwaarden voor het zijn van ondernemer, zoals een KvK-inschrijving en een zakelijke bankrekening
De werkrelatietoets
De tweede toets ziet toe op de arbeidsrelatie. Wordt naast de zelfstandigentoets aan deze toets voldaan, dan bestaat er dus zekerheid vooraf om als zzp’er te kunnen werken.
Het eerste criterium ziet toe op de wil van partijen. Opdrachtgever en zzp’er willen daarbij dus buiten dienstbetrekking werken. Hier geldt echter ook het wezen gaat voor schijn, de daadwerkelijke situatie is doorslaggevend.
Daarnaast is van belang dat er vrijheid bestaat om te bepalen hoe het werk wordt uitgevoerd. Als zzp’er moet je vrij zijn om te bepalen op welke manier je een opdracht uitvoert. De opdrachtgever mag daarbij geen instructies geven over hoe je dus een opdracht uitvoert, maar wel welk resultaat hij verwacht. Dit moet op voorhand bij de opdracht worden bepaald.
Het is onder dit wetsvoorstel mogelijk om als opdrachtgever protocollen en richtlijnen die voor iedereen in de mondzorgpraktijk gelden ook van toepassing te laten zijn op de opdracht met een zzp’er. Het betekent dus niet dat daarmee gezag wordt uitgevoerd.
Wel kan het beschikken over enkel al de mogelijkheid tot het geven van instructies door de opdrachtgever in het uiterste geval leiden tot gezag.
Daarentegen is het hebben van een zeker specialisme dat niet aanwezig is bij de opdrachtgever of de praktijk een extra indicatie voor zelfstandigheid.
De regering benadrukt dat het deelnemen aan verplichte teamoverleggen tornt aan het vrij ondernemerschap, maar dat het vrijwillig deelnemen van de zzp’er aan zo’n teamoverleg wel mogelijk is.
Het gebruikmaken van instrumenten van de opdrachtgever is niet als criterium opgenomen. Dit impliceert dat het gebruiken van de faciliteiten van de praktijk als zzp’er mogelijk is, hoewel de regering wel benoemt dat dit onderdeel als een aanwijzing geldt dat de zzp’er vrij moet kunnen zijn om de (uitvoering van de) arbeid zelf vorm te geven.
Een ander belangrijk criterium is de plek en tijd waar het werk wordt verricht. Belangrijk uitgangspunt is dat de zzp’er vrij moet zijn om te bepalen waar en wanneer het werk wordt verricht.
Kan het werk echter niet overal of op elk moment, dan betekent dit niet automatisch dat het werk niet als zelfstandige kan worden verricht. Werk dat locatiegebonden en/of tijdsgebonden is, is dus mogelijk onder dit wetsvoorstel. Van belang is echter wel dat de zzp’er, meer dan werknemers, vrij is om binnen die kaders zelf te bepalen hoe hij zijn tijd indeelt.
Ten slotte zal de zzp’er voor eigen rekening en risico moeten werken. Van te voren moet helder zijn wat het te behalen resultaat is, waarbij de zelfstandige de mogelijkheid heeft dit zelf efficiënter, beter of sneller uit te voeren.
De zzp’er kan daarbij de financiële voordelen genieten, maar ook de negatieve financiële resultaten wanneer daar sprake van is. Dat hoort bij het ondernemerschap. Het is daarbij dus van groot belang de opdracht en het te behalen resultaat concreet te hebben.
De regering noemt daarnaast nadrukkelijk dat het enkel werken op urenbasis slecht verenigbaar is met dit concept, zeker wanneer er ook kan worden gefactureerd in geval van herstelwerkzaamheden bij een niet-behaald resultaat. De wijze waarop in de mondzorg in het algemeen wordt gefactureerd is doorgaans niet op basis van puur tijdsbesteding.
Werkrelatietoets in het kort
- opdrachtgever en zzp’er willen buiten dienstbetrekking werken
- er is vrijheid van organisatie van het werk
- er is vrijheid van organisatie van de werktijden en werkplek
- de zzp'er werkt voor eigen rekening en risico
De controle op de zelfstandigentoets zal door de opdrachtgever moeten worden gedaan. Die zal zich willen vergewissen van het feit dat de zelfstandig ook daadwerkelijk kan worden gezien als ondernemer.
Het wetsvoorstel beschrijft de mogelijkheid tot het verkrijgen van een derdenverklaring die een zzp’er kan laten opstellen. De uitwerking daarvan volgt echter nog.
De werkrelatietoets zal bij aanvang van de opdracht én steeds gedurende de opdracht door zowel de opdrachtgever als de zzp’er als opdrachtnemer moeten worden uitgevoerd. Uiteindelijk kan ook de Belastingdienst een controle doen.
Hoe gaat het verder?
Momenteel is de Zelfstandigenwet nog slechts in concept. De KNMT beoordeelt en analyseert het concept uitvoerig en zal vervolgens reageren via de internetconsultatie. Die staat overigens tot en met eind deze maand open voor iedereen. Daarna volgt nog een advies van de Raad van State en een aantal uitvoeringstoetsen. Vervolgens gaan de Tweede en daarna de Eerste Kamer erover stemmen.
Minister Aartsen hoopt dat de wet in kan gaan per 1 januari 2028. Als dat het geval is, dan zal je als zzp’er al per 2027 rekening moeten houden met het criterium van 3 opdrachtgevers.