Cliëntenraad weinig toegevoegde waarde voor eerstelijn
Praktijkhouders nauwelijks gehoord bij evaluatie
Eind 2025 heeft het ministerie van VWS de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen (Wmcz 2018) laten evalueren door bureau Berenschot. Hieruit concludeert het ministerie dat de wet goed werkt en geen aanpassing behoeft. De ELC constateert dat het onderzoek van Berenschot met name gericht is op ervaringen van de patiënten. Praktijkhouders uit de eerstelijnszorg zijn nauwelijks gehoord of betrokken bij deze evaluatie.
Cliëntenraad voegt weinig toe
Uit de flitspeiling van de ELC komt een ander beeld naar voren. Het merendeel van de zorgaanbieders in de peiling geeft aan dat de cliëntenraad weinig tot zeer weinig toevoegt aan de kwaliteit van de zorgverlening, zeker gezien de tijdsinvestering die het vraagt.
Wat gaat goed en wat knelt?
Veel praktijkhouders ervaren de cliëntenraad als een onnodige lastenverzwaring die in de praktijk weinig tot geen nieuwe informatie oplevert. In hun beleving kost het instellen en in stand houden van een cliëntenraad veel tijd en geld, terwijl zij vaak al via laagdrempelig, direct patiëntencontact en patiëntenquêtes veel informatie ophalen. Ook is het moeilijk om leden te vinden die zitting willen nemen in de cliëntenraad en blijkt het lastig om steeds nieuwe agenda- en bespreekpunten te bedenken.
Er zijn ook enkele positieve geluiden. Zo prijzen praktijkhouders de toewijding en houding van cliëntenraadleden. Andere praktijken geven aan dat zij samen met de raad nog 'zoekende' zijn naar de juiste rol, maar wel verwachten dat dit op termijn meerwaarde kan gaan opleveren.
Reactie minister op flitspeiling
Tijdens het schriftelijk overleg kwaliteitszorg (mei 2026) hebben JA21, D66 en PVV Kamervragen (zie ook: Ons pleidooi: verplicht cliëntenraad pas vanaf 50 zorgverleners) gesteld over nut en noodzaak van cliëntenraden in de eerstelijnszorg. In haar reactie op deze vragen verwijst VWS-minister Sophie Hermans naar de ELC-flitspeiling en concludeert ze dat door onbekendheid de wet mogelijk 'onjuist wordt toegepast' waardoor praktijken zichzelf 'onnodige regeldruk opleggen'. De ELC herkent dit beeld niet. Onbekendheid met de wet is slechts een klein deel van het verhaal. De flitspeiling laat juist zien dat praktijkhouders die wél op de hoogte zijn en proberen aan de wet te voldoen, tegen grote praktische barrières aanlopen. Het is jammer dat de minister deze informatie niet meeneemt in haar reactie en dat heeft de ELC ook kenbaar gemaakt aan het ministerie.
ELC: verplicht cliëntenraad pas vanaf 50 zorgverleners
De uitkomst van de flitspeiling bevestigt het signaal dat de ELC al langer afgeeft: de Wmcz sluit in haar huidige vorm niet aan op de realiteit van de kleinschalige eerstelijnszorg. De ELC blijft daarom pleiten voor verhoging van de grens van 25 naar 50 zorgverleners, dan wel een lichter regime in de Wmcz voor kleinschalige zorgaanbieders.
Oproep: deel je ervaring met informele medezeggenschap!
De mening van de patiënt telt, ook in de eerstelijnszorg en kleinschalige zorg. De medezeggenschap zoals vormgegeven in de Wmcz is echter een instrument dat in kleinere praktijken niet goed werkt, volgens de ELC.
De ELC onderzoekt momenteel welke informele manieren van zeggenschap in de eerstelijnszorg worden gebruikt en goed werken. Ze is daarom op zoek naar goede voorbeelden hiervan. Werk je in jouw praktijk met een informele manier van medezeggenschap voor patiënten? Dan horen we dat graag. Stuur je mail naar de KNMT ledenservice.
De flitspeiling in cijfers
In totaal vulden 406 praktijkhouders de flitspeiling in. Het grootse deel van hen werkt als tandarts of als huisarts.
- 14% heeft > 25 zorgverleners en valt onder verplichting cliëntenraad in te richten.
- 46% van deze groep beschikt daadwerkelijk over een cliëntenraad.
- Van de praktijken met een cliëntenraad vindt 50% dat de cliëntenraad weinig tot zeer weinig bijdraagt aan de kwaliteit van zorg; 15% vindt dat de raad veel bijdraagt en 35% staat er neutraal tegenover (niet veel, niet weinig).
Bekijk hier alle resultaten van de flitspeiling
Over de Eerstelijnscoalitie
De Eerstelijnscoalitie bestaat naast de KNMT uit de volgende partijen: KNMP (apothekers), KNOV (verloskundigen), LHV (huisartsen), LVVP (vrijgevestigde psychologen en psychotherapeuten), NVM-mondhygiënisten, NVvP (podotherapeuten) en ONT (tandprothetici). Samen vragen we aandacht voor administratieve lasten die voortvloeien uit wetgeving.