facebook

The relationship between temporomanidbular disorders and post-traumatic stress disorder

De bachelorscriptie 'The relationship between temporomanidbular disorders and post-traumatic stress disorder ' van I. Kashmour en M. Kilibarda (ACTA) is een van de genomineerden voor de KNMT Sensodyne Bachelorscriptie Award 2022. Op deze pagina kun je de samenvatting van hun scriptie lezen. Ook vertellen de Amsterdamse studenten over hun onderzoek en het belang ervan.

Inleiding

Tegenwoordig wordt de multifactoriële aard van temporomandibulaire disfunctie (TMD) algemeen aanvaard, en psychologische factoren lijken een belangrijke rol te spelen in de etiologie van TMD. Onderzoek heeft een hogere prevalentie van posttraumatische stressstoornis (PTSS) bij TMD-patiënten aangetoond. Het huidige onderzoek is uitgevoerd om de relatie tussen TMD en PTSS te bepalen en mogelijk de screening op PTSS in tandartspraktijken te verbeteren. De hypothese was dat de prevalentie van PTSS bij TMD-patiënten hoger ligt dan bij de algemene bevolking. Bovendien werd verondersteld dat significant meer patiënten positief zouden screenen op PTSS na het aanpassen van een vraag in de PTSS-screeningstool.

Methode

Deze cross-sectionele studie omvatte 70 volwassen patiënten (gemiddelde leeftijd = 46,5, S.D. = 16,1) die de kliniek voor Orofaciale Pijn en Disfunctie (OPD) bij het Academisch Centrum voor Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) hebben bezocht. De gegevens zijn afkomstig uit een digitale diagnostische vragenlijst die is ingevuld door patiënten die zijn doorverwezen naar de OPD-kliniek van ACTA, als onderdeel van het intake proces van de kliniek. In dit onderzoek zijn enkel gegevens over TMD-pijn en PTSS-symptomatologie gebruikt. TMD en PTSS werden gescreend door gebruik te maken van respectievelijk de ‘TMD Pain Screener’ en de ‘Trauma Screening Questionnaire’ (TSQ).

Een patiënt kan positief screenen op PTSS indien er minimaal vier weken voor het moment van het invullen van de TSQ (een) traumatische gebeurtenis(sen) heeft plaatsgevonden (Dekkers et al., 2009). Bovendien moeten minstens zes van de tien symptomen uit de TSQ door de patiënt worden ervaren (Dekkers et al., 2009). De patiënt moet deze symptomen in de week voor het invullen van de TSQ minimaal twee keer hebben ervaren (Brewin et al., 2002).

Momenteel wordt de tijd die verstreken is sinds de traumatische gebeurtenis beoordeeld aan de hand van de volgende vraag: ‘’Heeft/hebben de traumatische gebeurtenis(sen) minstens vier weken geleden plaatsgevonden?’’. Om na te gaan of patiënten deze vraag juist hebben beantwoord, is de volgende vraag aan de vragenlijst toegevoegd: ’’Wat was de geschatte datum van de traumatische gebeurtenis(sen)?’’. Om het risico te beperken dat patiënten hun antwoord op de oorspronkelijke vraag wijzigen na het lezen van de nieuwe vraag, is de nieuwe vraag aan het einde van de TSQ toegevoegd.

Met behulp van IBM SPSS Statistics 27 werden analyses uitgevoerd om de hypothesen te toetsen en werd er een logistisch regressiemodel gebruikt om te corrigeren voor mogelijke confounding variabelen.

Resultaten

Vier van de patiënten uit de huidige studie die positief op TMD screenden, screenden ook positief op PTSD (11,1%). Dit werd vergeleken met de geschatte prevalentie van PTSS-patiënten in de algemene Nederlandse bevolking (7,2-8,0%). Door middel van een tweezijdige binomiale toets bleek er een significant verschil in het aantal positieve PTSS-screenings tussen de TMD-positieve patiënten en de Nederlandse bevolking. Bij TMD-patiënten werd een significant hogere prevalentie van PTSS gevonden dan in de algemene bevolking (p = .047).

Alleen patiënten die hadden aangegeven een traumatische gebeurtenis te hebben meegemaakt, hebben de TSQ ingevuld. De antwoorden op de twee vragen ‘’Heeft/hebben de traumatische gebeurtenis(sen) minstens vier weken geleden plaatsgevonden?’' en ‘’Wat was de geschatte datum van de traumatische gebeurtenis(sen)?’’ werden vergeleken. Bij tien van de zestien patiënten (62,5%) kwam het antwoord op de eerste vraag niet overeen met de ingevulde datum van de tweede vraag. Deze 10 patiënten beantwoordden de eerste vraag met ‘’nee’’, maar vulden bij de tweede vraag een datum in die langer dan vier weken geleden was. Middels een McNemar-toets werd een significant verschil gevonden tussen de antwoorden van de twee vragen naar de datum van de traumatische gebeurtenis(sen) (p < .001).

Bij screening op PTSS volgens de opgegeven datum van de traumatische gebeurtenis(sen), screenden zes patiënten (8,6%) positief op PTSS. Bij het beschouwen van de vraag die momenteel wordt gebruikt om de datum van de traumatische gebeurtenis(sen) te beoordelen, screenden slechts twee van die patiënten (2,8%) positief op PTSS. Hoewel er een significant verschil was tussen de antwoorden op de twee vragen (hypothese 2), toonde een McNemar-toets aan dat het verschil in positieve PTSS-screenings tussen de twee vragen niet significant was (p = 0,125). De vergelijking van deze twee vragen is weergegeven in tabel 1.

afbeelding 1 scriptie

 

Confounding variabelen

Een logistisch regressiemodel werd gebruikt om te corrigeren voor de mogelijke confounding factoren geslacht en leeftijd in verband met PTSS (tabel 2). In deze studie is er geen verschil in PTSS-prevalentie bij het vergelijken van mannen en vrouwen gevonden. Bovendien had leeftijd geen significante invloed op de prevalentie van PTSS.

Afbeelding 2 scriptie I. Kashmour en M. Kilibarda

Conclusie

Deze studie toonde aan dat de prevalentie van PTSS bij TMD-patiënten hoger is dan de prevalentie van PTSS in de algemene Nederlandse bevolking. Bovendien werd vastgesteld dat er een significant verschil is tussen de antwoorden tussen twee verschillend geformuleerde vragen die verwijzen naar de datum van de traumatische gebeurtenis(sen), mogelijk veroorzaakt door een verkeerde interpretatie van één van deze vragen. Tegen de verwachting in bleek dat de verkeerde interpretatie van deze vraag niet leidde tot onderrapportage van positieve PTSS-screenings.

Discussie

Het verdient aanbeveling de huidige vraag over het tijdstip van de traumatische gebeurtenis(sen) in de diagnostische vragenlijst te vervangen. Het lijkt erop dat direct vragen naar de datum van deze gebeurtenis meer correcte antwoorden oplevert. Het is aan te raden om in de volgende studie de DC/TMD en de CAPS-5 te gebruiken voor de diagnoses van respectievelijk TMD en PTSS, in plaats van de TMD Pain Screener en de Trauma Screening Questionnaire (TSQ). Ten slotte dient er meer onderzoek te worden gedaan naar de relatie tussen PTSS en TMD en wat dit betekent voor de etiologie, diagnose en behandeling van TMD.

Terug naar het scriptieoverzicht 2022

KNMT Sensodyne Bachelorscriptie Award