Acta-Richtlijn: beleid bij tandheelkundige ingrepen tijdens antitrombotische behandeling

Definitief
2013
ACTA
acta_richtlijn_2013_met_noacs_.pdf 128.22 KB — ACTA richtlijn 2013

Aanbevelingen voor tandartsen bij het plannen en uitvoeren van simpele invasieve tandheelkundige ingrepen (extractie van 1-3 tanden of kiezen, operatieve verstandskies verwijdering, parodontale behandelingen, operatieve wortelkanaalbehandelingen, abcesincisie, plaatsen van max. 3 implantaten).

Wat te doen bij behandeling van een patiënt die antistollingsmedicatie gebruikt?

  1. Stel de diagnose en bespreek een mogelijke behandeling met de patiënt.
  2. Maak een inschatting van de noodzaak van de behandeling en inventariseer het risico op een bloeding bij de patiënt conform de richtlijn*.
  3. Overleg indien nodig met huisarts, medisch specialist of trombosedienst met de vraag of antistollingsmedicatie aangepast moet/mag worden voor de behandeling*.
  4. De trombosedienst verstrekt aan de tandarts de INR-waarde van maximaal 72 uur voor de ingreep.
  5. Geef indien nodig de patiënt een recept voor een mondspoeling volgens de richtlijn*.
  6. Geef de patiënt een patiëntenfolder (Word document) mee die de processen rondom de behandeling beschrijft of verwijs naar een website met betrouwbare informatie.
  7. Werk de status van de patiënt volledig bij (wat betreft afspraken omtrent antistolling).

* Ter aanvulling op de ACTA-richtlijn: overleg met de voorschrijvend cardioloog als de patiënt Direct werkende Orale Anticoagulantia (DOAC’s) gebruikt (dabigatran, riva-roxaban, apixaban) of, indien de specialist niet bereikbaar is, raadplaag het expertisecentrum.

Wat moet u aan elke patiënt vragen?

  • Informeer bij elke patiënt naar medicijngebruik (antitrombotica).
  • Registreer (digitaal) informatie over (antitrombotische) medicatie. Zie de richtlijn patiëntendossier.
     

Wat moet elke tandarts weten?

Wat moet elke praktijk regelen?

  1. Zorg voor een goed lokaal zorgnetwerk.
  2. Informeer de patiënt over dienstdoende praktijk of spoedgevallendienst bij complicaties.
  3. Maak afspraken met de trombosedienst. Onderzoek of er een expertisecentrum antistolling in uw regio is en noteer telefoonnummer.
  4. Maak afspraken met de apotheker.
  5. Draag zorg voor een cultuur in de praktijk waarin u samen werkt aan het verbeteren van patiëntveiligheid.
     

Kennis antistolling verhogen?

Verkeerd gebruik van antistollingsmedicatie behoort tot de top 5 van medicijnfouten die leiden tot vermijdbare ziekenhuisopname. Goede samenwerking in de keten kan het risico aanmerkelijk verkleinen.

IQual webinar en studiepakket

De KNMT biedt voor IQual-studiegroepen het webinar en studiepakket:

Antitrombotica en de tandarts

IQualpakket Antistolling (doc)

Webinar antistolling met Denise van Diemen (ACTA) en Marjo Albers-Akkers (directeur INR Trombosedienst)

Lesmodules trombosediensten

Voor meer informatie over antistolling kunt u de nascholingsmodules van de Federatie van Nederlandse Trombosediensten volgen. 

Hulpmiddelen

Lesmodule nivo 1 en 2 (.pdf). Nivo 1 is voor verzorgenden, verpleegkundigen, assistenten, nivo 2 voor algemeen arts en arts-assistenten.

Lesmodule nivo 3(.pdf). Nivo 3 is voor specialisten.