Rechter fluit NZa opnieuw terug om ondeugdelijk kostenonderzoek

Hans Scholten
3 minuten
Image
De rechter heeft de huisartsen gelijk gegeven in een rechtszaak over de tarieven in de huisartsenzorg en het kostenonderzoek van de NZa dat daaraan ten grondslag ligt. De NZa moet van de rechter nu snel met nieuwe tarieven komen. De uitspraak is ook van belang voor de zaak die de KNMT momenteel voert over het kostenonderzoek in de mondzorg, waarin vergelijkbare bezwaren spelen als die van de huisartsen.

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) oordeelde dat het kostenonderzoek uit 2022 geen goede basis is gebleken voor het vaststellen van de tarieven voor huisartsen in 2023, 2024 en 2025. De rechter heeft de NZa 6 maanden gegeven om nieuwe tarieven te berekenen. De zorgautoriteit moet dat in nauw overleg met de huisartsen doen, en moet constructieve voorstellen die de beroepsgroep doet serieus in overweging nemen.

De rechter oordeelde dat het kostenonderzoek in de huisartsenzorg op 3 punten niet deugde:

  1. De NZa heeft onvoldoende rekening gehouden met de werkelijke kosten van huisvesting van praktijken.
  2. De vaststelling van de normatieve arbeidscomponent (NAC; een soort norminkomen voor praktijkhouders) is niet transparant gebeurd, en er is onvoldoende rekening gehouden met de taken, risico’s en verantwoordelijkheden van praktijkhoudende huisartsen.
  3. Het feit dat de NZa rekent met een werkweek van maximaal 36 uur is onvoldoende onderbouwd. De rechter floot de NZa eerder op dit punt ook al terug in een zaak over het kostprijsonderzoek van psychologen en psychotherapeuten.

CBb: Tarieven huisartsenzorg nog steeds niet in orde

Uitspraak van belang in zaak KNMT

De uitkomst van de zaak van de huisartsen wordt meegenomen in het vervolg van de rechtszaak die de KNMT heeft aangespannen tegen de NZa. Ook in onze zaak speelt namelijk het urencriterium (de maximale werkweek van 36 uur) een belangrijke rol. Het streven is nog altijd om voor het einde van het jaar tot een uitspraak te komen. Dat betekent ook dat pas in de loop van de maand december definitief bekend zal worden welke tarieven per 1 januari 2026 in de mondzorg gaan gelden. Naar verwachting wordt de komende dagen bekend wanneer de zaak precies vervolgd wordt.

Deze uitkomst in de zaak van de huisartsen is voor ons een steun in de rug

Vertrouwen in positief oordeel van de rechter

"Deze uitkomst in de zaak van de huisartsen is voor ons een steun in de rug", stelt KNMT-voorzitter Hans de Vries. "Onze bezwaren tegen het kostenonderzoek zijn op cruciale punten gelijk aan die van de huisartsen, en ook aan die in een eerdere zaak van psychologen en psychotherapeuten. De meest voor de hand liggende consequentie van de uitspraak van vandaag is wat ons betreft dan ook dat de NZa de tariefbeschikkingen voor tandheelkundige en orthodontische zorg intrekt. Voor 2026 kan ze de tarieven dan vaststellen op die van 2025 plus de gebruikelijke indexatie. Van een vervolg van de rechtszaak hoeft dan ook geen sprake meer te zijn." 

Beroepsprocedure loopt ook nog

Parallel aan de rechtszaak is de KNMT met ondersteuning van 4.600 leden in bezwaar gegaan bij de NZa zelf. In die bezwaarprocedure organiseert de NZa op 1 december 2025 een hoorzitting rond de ingediende bezwaren. De zorgautoriteit verwacht in februari 2026 een besluit kenbaar te maken. Het verloop van deze bezwaarprocedure is echter mede afhankelijk van de conclusies die de NZa trekt uit de uitkomst van de rechtszaak tegen de huisartsen.

Webdossier kostenonderzoek