facebook

Personeelszaken in 2022: dit is er op komst

Profile picture for user h.scholten@knmt.nl
Hans
Scholten
5 minuten
Team in de pauze
Wat verandert er in 2022 in wet- en regelgeving rondom personeelszaken? Bekijk wat er als praktijkhouder op je afkomt.

STAP-budget vervangt fiscale aftrek van scholingskosten

Per 1 maart 2022 wordt het STAP-budget ingevoerd, een subsidieregeling voor scholing en ontwikkeling. Dit is een jaarlijks budget van maximaal € 1.000,- voor scholing en ontwikkeling. Iedereen kan dit zelf aanvragen bij het UWV. 

Tot 1 januari 2022 kun je als tandarts(-specialist) of student scholingskosten nog aftrekken bij de aangifte inkomstenbelasting. Daarna zijn deze kosten niet meer aftrekbaar. 

Voor praktijkhouders en zzp-tandartsen blijft het mogelijk om kosten van cursussen ten behoeve van de onderneming of het vrije beroep als bedrijfskosten af te trekken. 

Modelovereenkomsten van opdracht vernieuwen

De modelovereenkomsten van opdracht, waarmee praktijkhouders en zzp-tandartsen afspraken kunnen maken over samenwerking, zijn vernieuwd. De KNMT raadt je aan bestaande overeenkomsten voor het eind van het jaar om te zetten naar de nieuwe versies.

KNMT- Arbeidsvoorwaardenregeling 2022 

De KNMT Arbeidsvoorwaardenregeling 2022 is getoetst aan nieuwe wet- en regelgeving en daardoor up to date en klaar voor gebruik door mondzorgpraktijken. Vergeet niet de AVR van per 1 januari 2022 toepassing te laten verklaren door elke medewerker het addendum te laten ondertekenen.

Compensatie kleine werkgevers voor loondoorbetaling bij ziekte

Door invoering van de gedifferentieerde Aof-premie gaan praktijkhouders met een loonsom van minder dan € 882.500 1% minder premie betalen. Voor praktijkhouders met een hogere loonsom stijgt de premie met 0,1%. De overige wijzigingen in de sociale premies zijn beperkt.

De doelstelling van het kabinet is dat praktijkhouders deze vorm van compensatie gebruiken om een MKB-verzuim-ontzorgverzekering af te sluiten. Een dergelijke verzekering biedt vergaande ondersteuning bij de re-integratieverplichtingen die op een werkgever rusten bij ziekte van medewerkers.

De KNMT biedt sinds 1 januari 2021 in samenwerking met ASR en ArboNed de KNMT-MKB-verzuim-ontzorgverzekering aan.

Wijzigingen en verduidelijking afdracht WW-premie 

Per 1 januari 2020 draagt een praktijkhouder de hoge WW-premie af voor tijdelijke en flexibele arbeidsovereenkomsten (o.a. oproepovereenkomsten), en de lage WW-premie voor schriftelijke arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd met een vast aantal uren.  Het verschil tussen de hoge en lage WW-premie is 5%. 

Weer hoge WW-premie betalen bij meer dan 30% meer- of overwerk

Voor vaste contracten met een vast aantal uren mag een praktijkhouder de lage WW-premie afdragen. De premie wordt met terugwerkende kracht herzien naar de hoge WW-premie (5% hoger), als een werknemer (die minder dan 35 uren per week werkt) per kalenderjaar 30% of meer heeft gewerkt dan het aantal contracturen. Vanwege COVID-19 was deze regeling in 2020 en 2021 opgeschort. Vanaf 2022 is de regeling weer van kracht. 
De regeling wordt ook toegepast als er meer- of  overwerk- of vakantie-uren (of andersoortige verloonde uren) uit vorige jaren in 2022 worden uitbetaald. Het is zodoende raadzaam om na te gaan of deze uren dit jaar nog kunnen worden uitbetaald. 

Compensatie afdragen hoge WW-premie bij tijdelijke uitbreiding contracturen medewerker

Bij uitval door ziekte of vervanging vanwege zwangerschap komen praktijkhouders en medewerkers in sommige gevallen per addendum overeen dat het aantal contracturen voor een bepaalde periode tijdelijk wordt verhoogd/uitgebreid. In dat geval moest over de extra uren de hoge WW-premie worden afgedragen. Het ministerie van SZW en de Belastingdienst hebben vastgesteld dat dit in strijd is met de wet. Om die reden wordt het voor praktijkhouders op termijn mogelijk om de reeds betaalde hoge WW-premie met terugwerkende kracht terug te krijgen. 

Een nadere uitwerking volgt nog, maar het is alvast raadzaam na te gaan of je vanaf 2020 tot heden de contracturen van medewerkers met een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tijdelijk hebt uitgebreid. 

Voorkom toepassing van de hoge WW-premie door de arbeidsomvang tijdelijk uit te breiden

Valt fors meer- of overwerk in 2022 te verwachten? In dat geval is het raadzaam om het aantal contracturen tijdelijk uit te breiden en dit schriftelijk met een addendum vast te leggen. De praktijkhouder mag in 2022 nog over het totaal aantal uren de lage WW-premie afdragen, mits er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en geen sprake is van  een oproepovereenkomst. In 2023 wijzigt de wet en is dit niet meer toegestaan. 
Salaris afhankelijk van de gerealiseerde omzet kwalificeert voor de hoge WW-premie 

Het ministerie van SZW vindt dat bij variabele all-in beloning de hoge WW-premie moet worden afgedragen. Dat is het geval indien met een tandarts in loondienst is afgesproken dat het salaris volledig afhankelijk is van de gerealiseerde omzet (exclusief techniek- en specifieke materiaalkosten). De KNMT waarschuwde hier al eerder voor en biedt geen contracten aan waarin dit is geregeld. 

Praktijkhouders die arbeidsovereenkomsten gebruiken waarin het bovenstaande is opgenomen en afdracht van de hoge WW-premie willen voorkomen, wordt aangeraden contact op te nemen met de KNMT-Ledenservice. 

Deels betaald ouderschapsverlof per augustus 2022

Medewerkers krijgen vanaf 2 augustus 2022 recht op negen weken gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof. Aanvankelijk zou het gaan om maximaal 50% van het (maximum) dagloon. In het regeerakkoord is echter opgenomen dat dit wordt verhoogd naar 70%. De regeling geldt ook voor ouders die op 2 augustus 2022 een kind hebben dat nog geen jaar oud is. 

De mogelijkheden als praktijkhouder om de opname van het verlof te wijzigen/in te trekken zijn beperkt, waardoor het raadzaam is hier alvast rekening mee te houden in de praktijkvoering.

Bezwaar tegen definitieve vaststelling NOW 1.0

Praktijkhouders die NOW 1.0 hebben aangevraagd en ontvangen, hebben uiterlijk op 31 oktober bij het UWV een aanvraag ingediend voor definitieve vaststelling van de subsidie. Het UWV stelt door middel van een besluit de definitieve subsidie NOW 1.0 vast. Het is mogelijk om bezwaar aan te tekenen tegen dit besluit. We hebben op een rij gezet in welke gevallen het zinvol is om bezwaar aan te tekenen.

Geen extra vrije ruimte in werkkostenregeling

Onder de werkkostenregeling kan een praktijkhouder een percentage van de totale fiscale loonsom van de praktijk besteden aan onbelaste vergoedingen en verstrekkingen aan medewerkers. De vrije ruimte was als gevolg van COVID-19 tijdelijk van 1,7% naar 3% van de loonsom tot en met € 400.000 verhoogd. Deze tijdelijke verhoging komt in 2022 te vervallen.

Onbelaste thuiswerkvergoeding

Het wordt als praktijkhouder mogelijk om aan werknemers een onbelaste thuiswerkkostenvergoeding te verstrekken. Op deze wijze kan de praktijkhouder een vergoeding verstrekken voor de kosten die verbonden zijn aan het thuiswerken. Het kabinet stelt de vergoeding vast op € 2 per thuisgewerkte dag. De praktijkhouder kan per dag óf de thuiswerkkostenvergoeding óf de onbelaste reiskostenvergoeding verstrekken. 

Compensatie transitievergoeding bij pensionering of overlijden; nog niet bij ziekte

Bij beëindiging van de praktijk als gevolg van pensionering of overlijden van de werkgever kunnen praktijkhouders met minder dan 25 werknemers al compensatie voor betaalde transitievergoeding aanvragen bij het UWV. 

Het was ook de bedoeling om transitievergoedingen te compenseren bij het beëindigen van de praktijk als gevolg van ziekte van de praktijkhouder. Deze regeling is meerdere malen uitgesteld en het is onduidelijk vanaf welk moment daar een beroep op kan worden gedaan. In de Rijksbegroting wordt medio 2022 aangegeven.

Minimumloon

De minimumlonen worden jaarlijks op 1 januari en 1 juli geïndexeerd. De wettelijk minimumlonen per 1 januari 2022 staan in de KNMT-Arbeidsvoorwaardenregeling 2022.

Maximumdagloon

Per 1 januari 2022 wordt het maximumdagloon (onder andere van belang bij doorbetaling tijdens ziekte) verhoogd.

Hogere pensioenpremie PFZW

Het pensioenfonds Zorg en Welzijn verhoogt in 2022 de pensioenpremie met 0,8%. In de mondzorg bedraagt het werknemersdeel van de pensioenpremie 57,5% en het werkgeversdeel 42,5%. Praktijkhouders worden via indexatie van de tarieven gecompenseerd voor deze kostenstijging.

Ook interessant

personeelszaken