facebook

KNMT en ANT willen fuseren, maar waarom?

Evert Berkel
7 minuten
Fusie KNMT - ANT
Niemand had het een jaar geleden nog kunnen en durven denken: Wolter Brands en Jan Willem Vaartjes die samen aan één tafel vertellen over het voorbereiden van een fusie door de verenigingen waarvan zij respectievelijk voorzitter zijn: de KNMT en ANT. Maar corona maakt alles anders...

Tandartsen die na 1995 zijn afgestudeerd zijn niet anders gewend: er zijn twee beroepsverenigingen: de KNMT en de ANT. Twee verenigingen met een eigen gezicht, met sterke én met zwakke kanten. Twee verenigingen ook die decennialang regelmatig in elkaars vaarwater zaten en die elkaar telkens probeerden af te troeven. Maar daar komt, als het aan de besturen van KNMT en ANT ligt, per 1 januari 2021 verandering in.

Laatste jaren al geregeld samengewerkt

In tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht, was het niet altijd haat en nijd tussen de twee, nuanceert ANT-voorzitter Jan Willem Vaartjes. Hij wijst erop dat de verenigingen vooral de laatste jaren ook geregeld de samenwerking zoeken. Samenwerking op specifieke onderwerpen waarover weinig verschil van mening bestaat. Een van de tastbare resultaten daarvan is bijvoorbeeld de Geschilleninstantie Mondzorg (SGIM).

Veranderende inzichten

Maar waarom dan toch fusiebesprekingen? Veranderende inzichten waarvan de coronacrisis de katalysator is, antwoordt Vaartjes. “Als voorzitter sprak ik regelmatig leden die vonden dat de ANT en de KNMT moesten samengaan. Ik was daar nooit een voorstander van: de ANT hield de KNMT scherp.” En dat zou je verliezen door samen te gaan, was Vaartjes’ stelling, en dus was samengaan niet in het belang van de tandarts.

Verkennende gesprekken

Maar de ANT-voorzitter, en met hem zijn hele bestuur, is om. De wijze waarop de KNMT en ANT in de Mondzorgalliantie samenwerken en resultaten behalen, is daarvan de voornaamste reden. Dat heeft Vaartjes ervan overtuigd dat tandartsen weliswaar tot op zekere hoogte baat hebben bij een ANT als luis in de pels van de KNMT, maar dat ze nog veel meer baat hebben bij één sterke vereniging die handelt zoals nu gebeurt in coronatijd.

Die overtuiging wordt absoluut gedeeld door de KNMT, beaamt voorzitter Wolter Brands. Zijn vereniging nam weliswaar niet het initiatief voor de eerste verkennende fusiegesprekken, maar de gedachte aan zoiets leefde er al wel geruime tijd. “Ik herinner me nog dat medebestuurslid Henk Donker mij belde: de ANT had hem informeel benaderd met de vraag of we openstonden voor verkennende gesprekken. Natuurlijk wilden wij dat, we zijn er volmondig op ingegaan.”

In dezelfde periode belde Vaartjes KNMT-directeur Erik Markus met een eendere vraag. Vaartjes: “Ik had het idee dat meer mensen nadachten over samengaan, het broeide al een beetje. Mijn inschatting klopte dus, de tijd was echt rijp voor een toenaderingspoging.“

Ook zónder corona

Die toenaderingspoging heeft uiteindelijk geleid tot een formele intentieverklaring om per 1 januari 2021 te fuseren. Op dit moment worden alle plooien daartoe gladgestreken. Beide voorzitters zijn er overigens van overtuigd dat ze elkaar ook zonder corona uiteindelijk zouden hebben gevonden. Goed beschouwd immers doen de KNMT en ANT al veel hetzelfde, veel producten en diensten komen overeen, zeggen ze. Brands: “De verschillen zijn niet heel groot meer. Zo beschouwd is het hebben van twee beroepsorganisaties die nota bene door stakeholders tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld, contraproductief.”

Anderzijds gaf de eagerness die beide verenigingen hadden om ergens de eerste mee te willen zijn ook snelheid, meent Vaartjes. “Een aspect dat we binnen de nieuwe vereniging niet mogen verliezen. We moeten koste wat kost voorkomen dat er een organisatie ontstaat die tevreden achterover leunt. Want dan raak je alles kwijt.”

Juiste mensen in het bestuur kiezen

Daarom, reageert Brands, is het zo belangrijk de juiste mensen in je bestuur te kiezen: “Tandartsen met regenteske trekjes horen niet in het bestuur van een alerte vereniging die een ledenorganisatie wil zijn.” Dat regenteske is echter een verwijt dat de KNMT in het verleden nog wel eens werd nagedragen. Met KNMT 2.0 zijn de laatste jaren echter grote stappen gemaakt, vindt Vaartjes. “De KNMT is allang niet meer de vereniging die het ooit was. En in aanvulling op wat Wolter zegt, je moet de juiste mensen in het bestuur hebben, en wat mij betreft zijn dat praktiserende leden. Leden die zelf weten en daadwerkelijk voelen wat het is om in de praktijk te staan. Het is de bedoeling dat de nieuwe vereniging in 2021 begint met een mooi bestuur van acht personen, vier van de ANT en vier van de KNMT. Het streven is uiteindelijk een bestuur van vier of vijf personen.”

Momentum

Dat bestuur moet een vereniging gaan leiden die de goede aspecten van KNMT en ANT borgt. Bijvoorbeeld snel en alert reageren, zegt Brands. “Bij de KNMT werd voorheen bij een belangrijke ontwikkeling vaak lang nagedacht, gewikt en gewogen voor er een reactie kwam. Maar dan lag er ook een buitengewoon gedegen stuk. De ANT had dan meestal allang een reactie klaar. Minder gedegen misschien, maar vaak wel adequaat. En lang niet iedereen kijkt of een reactie inhoudelijk voor de volle honderd procent is uitgewerkt. Het gaat om het momentum, leden hechten eraan dat er meteen een reactie ligt op een voor hen belangrijk onderwerp. Inmiddels hebben wij het zo georganiseerd dat we gedegen én snel reageren. En dat neem ik graag in de nieuwe organisatie mee.”

Veel plezier van gedegen bureau

Vaartjes verwacht veel plezier te gaan beleven aan het gedegen bureau van de KNMT. Dat van de ANT is veel kleiner, waardoor bestuursleden heel veel zelf moeten doen.” Wij zijn als het ware onze eigen beleidsmedewerker”, lacht de ANT-voorzitter. “Dat heeft natuurlijk voordelen. Zo zit je erg goed in de meeste dossiers. Maar het is ook niet altijd handig. Het maakt het bijvoorbeeld lastiger om een onderwerp op afstand te beschouwen. Met een vakkundig en uitgebreid bureau houd je als bestuurder gewoon meer tijd over voor de echt belangrijke onderwerpen. Kwesties die niet per definitie door een bestuurder moeten worden behandeld, kun aan het bureau overlaten. Die luxe lijkt mij en mijn collega’s een verademing.”

Eigen gezicht en scherpte

Uiteraard zijn er ook andere aspecten die beide voorzitters – en ongetwijfeld ook hun leden – in de nieuwe fusievereniging willen terugzien. Sterker nog, zonder die aspecten komt de fusie er niet. Voor de KNMT zijn dat bijvoorbeeld het door Vaartjes al genoemde sterke bureau, het eigen gezicht, de goede contacten met stakeholders, de kennis, ervaring en gedegenheid.

Het DNA van de ANT

Vaartjes noemt desgevraagd het DNA van de ANT, de scherpte en de snelheid van reageren. Maar ook het lef van de ANT, het avontuur aangaan, dingen durven doen. “Neem onze site mondzorgkosten.nl waar patiënten onder meer uitleg kunnen vinden over hun nota. Transparant, laagdrempelig, we hebben hem zelf bedacht en vormgegeven, gigantisch veel werk. Maar we hebben het gewoon gedaan en het staat er nu. Daar zijn we trots op, en het is prettig als dat soort projecten, initiatieven, innovaties, ook in de nieuwe organisatie een plaats krijgen.”

Dezelfde uitgangspunten

Gezien de constructieve manier waarop de gesprekken momenteel lopen, zijn beide voorzitters ervan overtuigd dat er nog maar weinig is dat een fusie in de weg kan staan. Daar waar bij de buitenwacht het idee had postgevat dat KNMT en ANT veelal andere standpunten zouden hebben, blijkt dat volgens de twee nauwelijks het geval te zijn. “Uit de intensieve gesprekken die alle bestuurders nu met elkaar voeren, blijkt dat ideeën en uitgangspunten behoorlijk overeenstemmen”, aldus beide voorzitters. “We vliegen de onderwerpen soms alleen op een wat andere manier aan, maar uiteindelijk is het uitgangspunt nagenoeg altijd hetzelfde. De verschillen die er zijn, daar komen we wel uit. Voor ons als bestuurders is falen in dit voorbereidende stadium geen optie meer. Maar dat gaat ook niet meer gebeuren, wij leggen onze leden een goed plan voor”, klinkt het eensgezind.

Jawoord

Want het is uiteindelijk aan die leden om hun jawoord te geven. Brands maakt zich wat dat betreft weinig zorgen; de reacties van de leden van de KNMT zijn nagenoeg unaniem positief. Brands: “De fusie wordt dan ook dusdanig goed voorbereid dat ja zeggen voor onze leden de enige logische en dus juiste keuze is.

Dat geldt ook voor de ANT. Vaartjes: “Ook wij hebben al heel veel positieve reacties ontvangen, maar er zijn ook leden die oprecht bang zijn dat het ANT-DNA met de komst van de nieuwe vereniging verdwijnt. Het is aan ons als bestuur om hen duidelijk te maken hoe we dat DNA een plek gaan geven binnen die nieuwe vereniging en hoe we voorkomen dat het binnen één, twee jaar weer weg is. Dan heb je het over de bestuurssamenstelling, aftreedschema’s, samenwerking met het bureau en dat soort zaken. Daarover zijn nu allemaal afspraken op voet van gelijkwaardigheid gemaakt.”

Geluid van een nieuwe beroepsorganisatie in wording

ANT-leden vinden soms ook dat de KNMT te veel meegaat met de overheid. “Maar”, riposteert Vaartjes, “het coronadossier heeft inmiddels wel uitgewezen dat we samen constructief zijn, en zeker niet te meegaand. Als we het ergens niet mee eens zijn, bijvoorbeeld toen we werden uitgesloten van de NOW-bijdrage, staan we er gewoon, stappen naar de pers en komen op voor de tandarts. Daarover was tussen de KNMT en ANT geen discussie. Dát is het geluid waar we samen voor staan, het geluid van een nieuwe beroepsorganisatie in wording.”

Tekst: Evert Berkel // Beeld: Mirjam van der Linden