facebook

‘Het nieuwe normaal’ in de studie tandheelkunde: hoe ziet dat er uit?

Profile picture for user Evert Berkel
Evert
Berkel
7 minuten
beeld studeren
Waar mondzorgpraktijken eind april weer open mochten voor reguliere behandelingen, gold dat niet voor de opleidingen tandheelkunde. De directeuren van de drie faculteiten blikken terug én kijken vooruit. “Het waren turbulente maanden, maar kwalitatief hebben we een slag gemaakt.”

“Een rollercoaster.” Zo beschrijft Berdien Kooistra, directeur van de opleiding tandheelkunde in Groningen, de afgelopen maanden. Toen begin maart de opleidingen dicht moesten, dachten zij en haar collega’s dat dit maar een week of twee zou duren.

Dat de sluiting maar kort zou duren, dacht ook Wil van der Sanden, opleidingsdirecteur tandheelkunde in Nijmegen. De avond voordat bekend werd dat alle opleidingen de deuren moesten sluiten, was hij nog druk aan het onderhandelen om de Nijmeegse opleiding open te houden. “Ik dacht dat we als opleiding in beperkte bezetting zouden kunnen openblijven. ’s Nachts bleek van niet en heb ik per direct de opleiding moeten sluiten”, vertelt hij.

Etienne Verheijck is directeur onderwijs aan ACTA. Hij beschrijft de afgelopen maanden als ‘zeer turbulent’, ook al zag ACTA de crisis wel enigszins aankomen. “Omdat ACTA geen onderdeel is van een universitair centrum maar een zelfstandige faculteit is, hebben we een andere beleving dan andere faculteiten. We merkten bijvoorbeeld al vroeg dat er een tekort ging ontstaan aan mondneusmaskers. We liepen vooruit op de situatie, maar de snelheid en omvang waarmee deze zich ontwikkelde heeft ons verrast.”

Online onderwijs

In Groningen besloot men na de sluiting al snel dat er tot de zomer geen fysiek onderwijs zou worden gegeven. Behalve de lessen in het skillslab en op de kliniek moest alles worden omgezet naar online. Per vak werd uitgezocht welke tool daar het beste bij paste: van Webex en Microsoft Teams tot Nestor, het online platform van de Rijks Universiteit Groningen. “Deze manier van onderwijs aanbieden hebben we niet eerder gedaan. Er komt veel bij kijken en dat gaf in het begin weleens verwarring. Maar ik ben er trots op dat het ons gelukt is om het onderwijs dat mogelijk was, allemaal online te laten doorgaan”, aldus Kooistra.

In Nijmegen werden docenten bijgeschoold in hoe ze les moesten geven in een virtual classroom. Na een week of drie konden ze starten met lesgeven, vertelt Van der Sanden. “Daar komt bij dat we ruim twaalfduizend patiënten hebben voor wie we spoedzorg moesten regelen. Dat is de eerste weken gedaan door ons docententeam. Gelukkig konden we eind april onze kliniek in Arnhem alweer openen, zodat onze derdejaars masterstudenten net als in normale tandartspraktijken weer zorg konden bieden. Daardoor kon eind juni toch het normale aantal studenten afstuderen.”

Ook ACTA had de uitdaging om het onderwijs digitaal aan te bieden. De opleiding valt onder zowel de Vrije Universiteit als Universiteit van Amsterdam. “En die hebben elk hun eigen berichtgeving en bijbehorende snelheid”, vertelt Verheijck. Hij spreekt van een majeure opgave voor de docenten die in twee weken al het theoretisch onderwijs online hebben kunnen aanbieden.

Na verloop van tijd kreeg ACTA van beide instellingen toestemming om de derdejaars masterstudenten onder zeer strikte voorwaarden weer zorg op ACTA te laten leveren. “We waren er vroeg bij, zelfs bij de meeste geneeskundeopleidingen waren de coschappen nog niet gestart.”

Omslag voor studenten

Voor studenten was het uiteraard ook een enorme omslag om ineens thuis te zitten. Zij zijn eraan gewend veel op de universiteit te zijn, en ineens kon dat niet meer. Volgens Kooistra waren veel studenten blij dat een groot deel van het onderwijs doorging, ook toetsen. Ze zijn ook massaal bezig gegaan met hun scripties, vertelt de Groningse directeur. “Dat werd ook gestimuleerd: ga vast aan de slag met iets waar je misschien nog niet aan toe bent. Dan kun je de rest kunt inhalen als we straks weer open zijn. We hebben wel wat in het curriculum moeten schuiven om dat mogelijk te maken.” Ook in Nijmegen en Amsterdam was dat het geval. In Nijmegen was de reactie van studenten: “Het is anders, het heeft niet onze voorkeur, maar het werkt wel”, vertelt Van der Sanden.

De universiteiten werken met studentenraden die hen van input en feedback voorzien. Verheijck: “Onze studentenassessoren hebben samen met de studentenraad goud werk verricht als het gaat om communicatie onder studenten. Ze waren nauw betrokken opdat studenten goed geïnformeerd bleven.”

Studievertraging

Het bieden van flexibiliteit in de curricula heeft ertoe geleid dat studievertraging door de coronacrisis minimaal is. Eind april ging de patiëntenzorg in de reguliere mondzorgpraktijken weer van start en mocht ook de kliniek in Groningen patiënten ontvangen. Master 3-studenten hebben toen geholpen de zorg hier weer op gang te krijgen. Kooistra: “Zonder hen hadden we het niet gekund. Deze studenten boden ook spoedeisende zorg, om er zo voor te zorgen dat zij toch deze zomer volgens planning kunnen afstuderen.”

De meeste achterstand is opgelopen op het skillslab en in de kliniek. Het onderwijs is hier nu gecomprimeerd, zodat studenten in één studiejaar hun achterstand kunnen inhalen. Kooistra: “Als we kunnen opstarten zoals gepland, is de verwachting is dat onze studenten geen studievertraging hebben. Belangrijk daarbij is dat we niet afdoen aan de eindtermen.”

Verder is vanuit de overheid landelijk voor alle opleidingen de zogenaamde ‘zachte knip’ ingevoerd, wat inhoudt dat studenten kunnen doorstromen naar de masterfase zonder de bachelor te hebben afgerond. Op die manier kunnen studenten inhaalonderwijs doen, is de gedachte.

Anderhalve meter

Na de kliniek mocht in Groningen ook het skillslab op 15 juni weer open. Bachelor 3-studenten kregen voorrang, zodat zij zoveel mogelijk achterstand kunnen wegwerken voordat ze aan de masterfase beginnen. Ook in Nijmegen mag sinds deze datum weer zorg worden geboden, en deels practica. Het klinische gedeelte kon vrij snel opgestart worden, omdat er nog een buitenkliniek in Arnhem is. “Alles uiteraard binnen de anderhalvemetersamenleving”, haast Van der Sanden zich te zeggen. “Dat betekent dat we acht studenten kwijt kunnen op de kliniek, waar dat er normaal dertig zijn. In de fantoomzaal is dat de helft van de studenten, met een beetje passen en meten.”

In overleg met de studenten gaan de opleidingen in Nijmegen en Amsterdam deze zomer langer door. De masterkliniek in Nijmegen gaat zelfs de hele zomer door om de patiëntenzorg te waarborgen. Studenten kunnen zich hier vrijwillig voor inschrijven. “Ons docentenkorps is gelukkig zo flexibel dat mensen bereid zijn om een paar dagen in de vakantie terug te komen”, aldus Van der Sanden.

Ook Verheijck ziet tandheelkunde op de anderhalve meter als een dilemma. Op ACTA is men dan ook druk bezig om alternatieven te verzinnen, bijvoorbeeld verlengde openstelling. “Dat is een enorme klus met veel haken en ogen.” Ook in Groningen is de opleiding in de zomer wat langer doorgegaan.

Hybride onderwijs

In Groningen is het uitgangspunt voor het nieuwe schooljaar dat onderwijs zoveel mogelijk online wordt gegeven en fysiek waar nodig. De term ‘hybride onderwijs’ is geïntroduceerd, wat zoveel betekent als fysiek en online onderwijs combineren. In het fysieke onderwijs wordt voorrang gegeven aan de kliniek en het skillslab. Verder is het een hele puzzel om het onderwijs te organiseren: in lokalen mogen bijvoorbeeld maar vijftien mensen aanwezig zijn in plaats van dertig. Kooistra: “We staan voor uitdagingen waarbij we nu kijken of het werkt. Als studenten bijvoorbeeld in het nieuwe schooljaar ’s ochtends skillslab hebben en ’s middags een college, moeten we ze de tijd geven om naar huis te gaan, want we willen niet dat ze in de gangen blijven hangen.”

Waardering

Hoewel de situatie op de opleidingen de afgelopen maanden zeer stormachtig was, kijken de onderwijsdirecteuren er toch met een goed gevoel op terug en hebben ze er ook het nodige van geleerd. Kooistra is bijvoorbeeld nog meer het belang van goede communicatie gaan inzien. “Het is zo belangrijk om te blijven communiceren met studenten en docenten. Ook als je dingen niet weet, kun je het beste zeggen dat je nog geen antwoord hebt. Dan weet men dat je ermee bezig bent.” Verder vond ze het belangrijk de docenten goed in de gaten te houden: hoe gaat het met hen? “Je mist toch het gesprek bij het koffiezetapparaat of het bij elkaar naar binnen lopen. De balans werk/privé zullen we na de zomer moeten terugvinden.” In Nijmegen werden er wekelijks virtuele koffiemomenten voor docenten aangeboden, die druk werden bezocht. “Ik ben me extra gaan realiseren dat we een heel mooie opleiding hebben met een mooi docententeam dat zich echt wil inzetten om goed onderwijs te leveren. Je hebt docenten echt nodig”, aldus Kooistra. En niet alleen de docenten, ook de opleidingen hebben elkaar nodig, benadrukt de Groningse directeur. De drie opleidingen kijken met een goed gevoel terug op hun samenwerking. “Dat willen we in de toekomst zeker blijven volhouden.”

Verheijck voegt daaraan toe: “We hebben kwalitatief een slag gemaakt die ik voor corona niet voor mogelijk had gehouden. ACTA is een robuuste faculteit die een enorme klap als corona kan absorberen, zo weet ik nu.”

Introductieweek

De introductieweek voor de nieuwe studenten ziet er vanwege corona uiteraard anders uit dan normaal. In de eerste week van september vindt er in Groningen een aangepast introductieprogramma plaats. Studenten leren hierbij de faculteit kennen en er wordt aandacht besteed aan de opbouw van het curriculum en hoe dat er online uitziet. Ook in Amsterdam is het programma beperkt in vergelijking met voorgaande jaren. Zo is er bijvoorbeeld geen avondprogramma en vindt alles in kleine groepen plaats. Nijmegen kent dit jaar een bescheiden introductieprogramma dat start op zondag 23 augustus met een ontvangst op de opleiding.

Tekst: Laura van Paesschen // Beeld: Shutterstock