De duizend dagen van Manal Harb Adluni

17 december 2018

De Spaanse Manal Harb Adluni werkt sinds ruim duizend dagen als tandarts in het Drentse Oosterhesselen.

Altijd al tandarts willen worden?

"Toen ik klein was, wist ik wel dat ik iets in de gezondheidszorg wilde doen. Bijvoorbeeld arts of verpleegkundige worden. Ik ben altijd al goed geweest met mijn handen: als er thuis iets kapot was, dan maakte ik het. Op mijn zeventiende begon ik met de opleiding tandheelkunde, in Spanje duurt die vijf jaar."

Waarom Nederland?

"Er zijn te veel tandartsen in Spanje. Ik wilde sowieso al in een ander land gaan wonen en werken om nieuwe ervaringen op te doen en een nieuwe cultuur te leren kennen. Ik was pas 24 toen ik naar Nederland kwam en dacht: ik kan altijd nog terug als het niet goed gaat. Maar het bevalt me hier ontzettend goed."

Hoe komt dat?

"Ik heb een goede klik met de praktijk waar ik werk, mijn collega’s en patiënten. Patiënten verwijzen vrienden en familie vaak naar mij, dat zie ik als een groot compliment. Het werken in een dorpspraktijk past bij mij, ik kom uit een dorpje bij Valencia. In de Randstad zijn de praktijken waarschijnlijk wel moderner, maar de mentaliteit van de mensen daar past me denk ik minder goed. In het begin had ik wat problemen met de taal, omdat mensen in Drenthe nogal eens plat praten. Dan zeggen ze dingen als ‘die kies moet d’r uut’ of ‘ik ga naar hoes’. Inmiddels versta ik het dialect ook redelijk, mijn assistenten hebben me daar goed mee geholpen. Van de tien woorden versta ik er misschien acht, maar uit de context kan ik wel opmaken wat iemand bedoelt."

Wat is leuk aan uw werk?

"Kiezen treken, maar dat zeg ik maar niet tegen mijn patiënten, haha! Ik vind het leuk dat ik hier veel verschillende onderdelen van de tandheelkunde kan doen. In Spanje is het meer verdeeld: iemand behandelt bijvoorbeeld alleen kinderen of doet uitsluitend endo’s. Ik vind implantologie leuk, houd me bezig met aligners en kroon- en brugwerk spreekt me aan. Ik probeer te groeien in mijn werk, anders wordt het saai. Ik heb uitdaging nodig. Verder stel ik mensen die bang zijn graag op hun gemak. Mijn moeder is bang voor de tandarts, dus ik snap het als mensen die angst hebben. Sinds een paar maanden hebben we ook het keurmerk ‘Lieve Tandarts’. Ik voel me goed als ik iemand kan helpen. Veel van mijn patiënten gaan naar Spanje op vakantie en dan geef ik ze tips. Daar hebben we het dan weer over als ze terugkomen, erg leuk."

Hoe combineert u werk en privé?

"Ik moet oppassen dat het thuis niet alleen maar over werk gaat, want mijn vrouw is ook tandarts en komt net als ik uit Spanje. We hebben elkaar leren kennen bij een talencursus. In onze woonplaats Zwolle wonen zo’n twintig tot dertig Spaanse tandartsen waar we regelmatig leuke dingen mee doen, zoals borrelen of verjaardagen vieren. Dan proberen we het niet alleen maar over ons werk te hebben."

Hoe ziet u de toekomst?

"We hebben onlangs een huis gekocht waar we volgend jaar in gaan, dus voorlopig blijf ik in Nederland. Misschien dat ik over vijf jaar terug ga naar Spanje, misschien over tien jaar. Wellicht dat ik daar dan een eigen praktijk opzet. Al is het soort patiënten daar wel anders. Er is in Spanje meer concurrentie omdat er vrije tarieven zijn, dat maakt het moeilijk. Bovendien gaan mensen pas naar de tandarts als ze ergens last van hebben."

Blij met uw beroep?

"Heel blij. Ik vind het werken in Nederland erg leuk. De tandheelkunde heeft genoeg technologische ontwikkelingen en het is mooi en dankbaar
werk."

CV

  • Studie: tandheelkunde in Valencia
  • Werk: tandarts zzp’er bij Mondzorg Oosterhesselen
  • Hobby’s: reizen, fotograferen, video’s maken, naar de bioscoop gaan, lekker eten

Tekst: Laura Jansen // Beeld: Rob ter Bekke

0 reacties op De duizend dagen van Manal Harb Adluni