Bliep bliep: robots in de tandheelkunde, bedreiging of aanvulling?

21 januari 2019

Op een groot aantal terreinen in de gezondheidszorg is het gebruik van robots in opkomst. Ook de tandheelkunde zal daar niet aan ontkomen, blijkt uit recente ontwikkelingen. Zijn robots een bedreiging of juist een aanvulling voor het vak van tandarts? Welke ontwikkelingen zijn er en welke invloed hebben die op het tandartsenvak?

Stel je voor: de patiënt neemt voor een kroonpreparatie plaats in de behandelstoel en alles wat je als tandarts nog maar hoeft te doen is op een knop drukken. Vervolgens voert een robot de preparatie uit en kun jij rustig het patiëntendossier bijwerken. Een utopie? Welnee, het zou in de toekomst zomaar kunnen gebeuren.

Exponentiële groei

Maar wat wordt eigenlijk onder een robot verstaan? Volgens Maarten Steinbuch, hoogleraar Systems & Control aan de Technische Universiteit Eindhoven en directeur van Eindhoven Medical Robots, is een robot een tastbaar apparaat dat autonoom kan bewegen en een handeling kan uitvoeren. Steinbuch – expert op het gebied van de toepassing van robots in de zorg – constateert dat robotisering in die sector zich door de exponentiële groei van de geheugencapaciteit van microchips de laatste jaren sterk ontwikkelt.

In de zorg kunnen daarbij grofweg twee soorten robots worden onderscheiden. Dat zijn in de eerste plaats service-robots, die patiënten een helpende hand bieden. Een voorbeeld is de Pepper-robot die actief is in ziekenhuizen. Je stelt hem een vraag, bijvoorbeeld over de afdeling waar je moet zijn, waarna hij je de gevraagde informatie geeft. Een ander voorbeeld van een servicerobot is de NAO-robot. Deze is geprogrammeerd om kinderen bij een medische – of natuurlijk tandheelkundige – handeling af te leiden.

 De tweede categorie robots bestaat uit exemplaren die operatieve handelingen kunnen uitvoeren. De bekendste daarvan is de Da Vinci-robot. Deze is inmiddels bij een kwart van de Nederlandse ziekenhuizen in bedrijf en verricht chirurgische ingrepen in de weke delen. De Da Vinci-robot wordt door een operateur op afstand bediend en behoort zodoende tot de zogenoemde tele-operatieve robots. Grote voordelen van de Da Vinci ten opzichte van een chirurg zijn dat hij sneller en nauwkeuriger werkt en in tegenstelling tot een chirurgenhand geen last heeft van trillingen.

Menselijke trekjes

Qua automatisering draait het in de mondzorg momenteel vooral nog om CAD-CAM en 3D-beeldvorming. Hoewel de ontwikkelingen nog niet zo hard gaan als elders in de zorg staat ook de tandheelkundige wereld op het vlak van robotisering niet stil, al blijven ze vooralsnog beperkt tot het onderwijs. Tom van Riet, mka-chirurg in het Amsterdams Medisch Centrum (AMC), kan daarover meepraten. Hij ontving onlangs de Open Mind beurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) ten behoeve van een diepgaande analyse van de extractieleer met behulp van een robotarm.

Deze analyse doet hij samen met dr. ing. Jens Kober van de Technische Universiteit Delft en mka-chirurg Piet-Hein van Twisk van het Erasmus MC. Achtergrond van hun onderzoek is volgens Van Riet het feit dat veel studenten tijdens de opleiding onvoldoende, en steeds minder, de kans krijgen extracties uit te voeren. Ook schiet het onderwijs (pre)klinisch flink tekort. Moderne robottechnieken bieden voor het eerst de mogelijkheid om alle aspecten van de extractie nauwkeurig te analyseren. De opgedane kennis zal worden gebruikt voor het verbeteren van het onderwijs in de extractieleer en resulteert wellicht in een simulatieomgeving vergelijkbaar met de Simodont. Met dit apparaat, zo’n tien jaar geleden in Nederland ontwikkeld, leren studenten via digitale simulatie elementen beslijpen. De Simodont werd zo’n tien jaar geleden in Nederland ontwikkeld.

Behalve de Simodont zijn er nog meer robottoepassingen voor het onderwijs. De Japanse Showa Hanako is een humanoïde robot met menselijke trekjes. Deze kan spraak herkennen, spreken, speeksel produceren en het hoofd wegtrekken bij pijn. Ook deze robot is ontwikkeld om een realistische oefenomgeving voor medische en tandheelkundige studenten te creëren.

Logische stap

Hoogleraar Thomas Maal richtte zo’n dertien jaar geleden het 3D-lab van het Radboudumc in Nijmegen op. Hij ziet robotisering als logische vervolgstap op 3D-beeldvorming en -planning van chirurgische ingrepen. Met een robot aan zijn zijde krijgt een chirurg steeds meer hulp bij het navigeren en uitvoeren van een operatie, bijvoorbeeld bij het maken van een zaagsnede in de kaak of schedel of bij het plaatsen van een implantaat. De afdeling Keel- Neus en Oorkunde van het Radboudumc ontwikkelt momenteel samen met de TU Eindhoven een robot die heel nauwkeurig in de schedel kan boren om bijvoorbeeld een hersentumor te verwijderen. Op dit moment bevindt die ontwikkeling zich in de testfase, waarbij er op kunststof en botmateriaal wordt geoefend.

De Nijmeegse 3D-expert verwijst verder naar het vakgebied implantologie, waar robots hun intrede doen. Maal werkt samen met het Fourth Military Medical University Hospital in Xi’an in China waar een robot wordt ontwikkeld die autonoom een tandimplantaat kan plaatsen. Hierbij wordt de kaak gefixeerd en voorzien van markers. De robot herkent de markers en weet op basis hiervan exact waar het implantaat moet worden geplaatst.

Dit sluit aan bij de Yomi, een eveneens in China ontwikkelde robot voor dentale implantologie die recent op de markt kwam. De Yomi is uit een arm die de implantoloog ondersteunt om het implantaat exact op de vooraf ingestelde positie te plaatsen. Eigenlijk is het een soort tussenstap tussen mens en robot.

Verder zijn er ontwikkelingen in de restauratieve tandheelkunde. Twee jaar geleden publiceerde een onderzoeksgroep uit Beijing (China) een studie naar kroonpreparaties die zelfstandig door een robot waren verricht. Het resultaat was veelbelovend. Het maken van een preparatie duurde gemiddeld 17 minuten per keer (zonder voorbereidingstijd) en bleek zeer nauwkeurig uitgevoerd.

Geen vermoeidheid

Hoewel de tandheelkunde ten opzichte van de geneeskunde qua robotisering dus een nichemarkt is, leent het zich volgens de deskundigen wel degelijk voor nieuwe robot-ontwikkelingen. Er zitten namelijk diverse voordelen aan robots. Zo zijn ze in staat om heel nauwkeurig te werken en kunnen ze makkelijker plekken in de mond bereiken waar een mensenhand moeilijk bij kan. Verder werken ze sneller, wat de behandeltijd verkort. Daarnaast worden robots niet moe en blijven ze doorwerken. Bovendien hoeven ze geen jarenlange opleiding te volgen: een robot wordt geprogrammeerd en kan direct aan de slag.

Keerzijde is dat het veel geld kost om robots te ontwikkelen en dat het lang duurt om de ontwikkelkosten terug te verdienen. Ook zijn ze vaak duur in aanschaf en niet zomaar rendabel in een tandartspraktijk. Groot nadeel is ook dat een robot moeilijk verschillen tussen individuen kan waarnemen. Iets dat een mens juist heel goed kan; een tandarts weet vaak welke patiënt hij voor zich heeft en kan rekening houden met diens gevoeligheden en persoonlijke kenmerken.

Gevarieerd

Over de rol die robots in de tandheelkunde kunnen gaan spelen, zijn Steinbuch, Maal en Van Riet het eens: die is vooral aanvullend. Het beroep van tandarts wordt er volgens hen niet door bedreigd. Steinbuch: “Ik denk dat het werk er juist leuker en gevarieerder van wordt omdat je meer kunt doen door de technologische hulp van robots. Ook voor veelvoorkomende lastige behandelingen gaan robots mogelijk oplossingen bieden”.

Maal denkt dat de tandarts door robotisering meer tijd krijgt voor persoonlijke aandacht voor de patiënt, en dat hij zich meer kan richten op bijvoorbeeld het geven van voorlichting en informatie. En volgens Van Riet krijgt dat de huidige generatie studenten tandheelkunde te maken met enige vorm van robotondersteuning in de dagelijkse praktijk. “Maar er zal altijd een tandarts bij nodig zijn.”

Tekst: Karel Gosselink

0 reacties op Bliep bliep: robots in de tandheelkunde, bedreiging of aanvulling?