Bezwaarzaak tegen tarieven 2026: NZa blijft onwrikbaar
Tijdens de hoorzitting lichtten we ons bezwaarschrift toe, dat in detail en uitgebreid onderbouwd onze bezwaren tegen het kostenonderzoek bevat. De aanvullende stukken die wij hebben ontvangen van de NZa tonen nog meer aan dat het onderzoek onzorgvuldig en gekleurd heeft plaatsgevonden.
Daarnaast hebben wij aangegeven dat de uitspraak van de rechter in de zaak van de huisartsen opnieuw aantoont dat zowel de hoogte als de toerekening van het norminkomen niet juist zijn bepaald door de NZa. Tot slot is de NZa niet volledig transparant want ze geeft belangrijke informatie over het kostenonderzoek niet vrij, ondanks ons verzoek daartoe. Om die informatie in handen te krijgen gaan we eerst in gesprek, maar is mogelijk een aparte gang naar de rechter noodzakelijk.
Onze voorzitter Hans de Vries betoogde nogmaals dat wij al 2 jaar lang aangeven dat het onderzoek op deze manier met deze structuur niet meer passend is in de huidige situatie van het mondzorgveld. Hij heeft de bezwaarcommissie daarom met klem verzocht de tariefbeschikkingen voor 2026 in te laten trekken en nu geldende tarieven gewoon te indexeren.
NZa trekt tariefbeschikkingen niet in
De NZa trekt de tariefbeschikkingen in de mondzorg echter vooralsnog niet terug, zelfs niet nadat de rechter de zorgautoriteit bij de huisartsen terugfloot op uitgangspunten die een-op-een ook van toepassing zijn in de mondzorg, zoals het urencriterium (de door de NZa gemaximeerde werkweek van 36 uur).
De NZa geeft naar verwachting uiterlijk begin maart 2026 uitsluitsel over de manier waarop ze omgaat met de door de KNMT ingebrachte bezwaren. Afhankelijk daarvan neemt de KNMT mogelijk nog vervolgstappen.
Onze 4 voornaamste inhoudelijke bezwaren tegen het onderzoek